Vanaf januari 2025 wijzigt de wetgeving in verband met de aansprakelijkheid van minderjarigen en hun ouders. Deze wijzigingen zijn best ingrijpend. Een familiale verzekering wordt des te belangrijker.
De oude versus de nieuwe regels
Voor de schade veroorzaakt door hun minderjarige kinderen, voorzag artikel 1384 van het oude burgerlijk wetboek in de aansprakelijkheid van de vader en de moeder. De wetgever heeft geoordeeld dat deze formulering niet meer beantwoordt aan de huidige realiteit waarbij het traditionele gezin niet langer de enige gezinsvorm is.
Het nieuw burgerlijk wetboek, artikel 6.12, voorziet daarom in een uitbreiding van de aansprakelijkheid naar titularissen van het gezag over minderjarigen. Daaronder voortaan dus ook pleegouders, voogden en adoptanten.
Minderjarigen jonger dan 12 jaar
Het nieuw burgerlijk wetboek, artikel 6.9, stelt dat een minderjarige jonger dan 12 jaar niet persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld. De wetgever zet dus een duidelijke streep op de leeftijdsgrens van 12 jaar zodat de rechter niet langer geval per geval moet oordelen of de aansprakelijkheid het gevolg kan zijn van bv. een gebrekkige opvoeding of het sociaal milieu van de minderjarige.
Het feit dat de minderjarige jonger dan 12 jaar niet persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld, betekent niet dat de schadelijder niet moet worden vergoed. In deze situatie treedt een ander artikel van het nieuwe burgerlijk wetboek op de voorgrond, nl artikel 6.12, dat een foutloze aansprakelijkheid invoert voor minderjarigen jonger dan 16 jaar, voor de ouders (of andere personen die gezag hebben over de minderjarige). Dat betekent eigenlijk zoveel als een verplichting tot schadevergoeding. In de voorbereidingen van de nieuwe wetgeving heeft daarom lang het voorstel op tafel gelegen voor een verplichte familiale verzekering, maar dit voorstel werd niet weerhouden. Desalniettemin onderstreept dit artikel het zeer grote belang van de familiale verzekering, om te vermijden dat het privé vermogen moet worden aangesproken om een schadelijder te vergoeden.
Minderjarigen van 12 jaar of ouder
Het nieuw burgerlijk wetboek, artikel 6.10, stelt dat een minderjarige ouder dan 12 jaar wel persoonlijk aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door zijn fout. De wetgever is immers van oordeel dat vanaf deze leeftijd men zich bewust is van de draagwijdte van zijn handelingen. Toch kan een rechter in deze gevallen hem of haar gedeeltelijk of volledig vrijstellen van schadevergoeding. In de nieuwe wet staat immers dat een rechter rekening mag houden met de omstandigheden en met de economische toestand van de minderjarige. Dat laatste is wel opmerkelijk, want dit zou betekenen dat een rechter de mogelijkheid heeft om de schadeloosstelling af te wijzen als blijkt dat er geen familiale verzekering is of de ouders van de minderjarige onvermogend zijn. Nog meer opmerkelijk is dat deze beperking van schadeloosstelling niet mag worden toegepast als de aansprakelijkheid van de minderjarige gedekt is door een verzekeringsovereenkomst. Anders gezegd: als je de pech hebt om schade te hebben geleden door een minderjarige, ouder dan 12 jaar, van wie de aansprakelijkheid niet gedekt is door een familiale verzekering en van wie de ouders bv onvermogend zijn, dan mag een rechter oordelen dat de schade niet of slechts gedeeltelijk moet worden vergoed. Is er wél een familiale verzekering, dan mag de rechter deze schadebeperking niet toepassen.
Minderjarigen ouder dan 16 jaar
De foutloze aansprakelijkheid van ouders voor hun minderjarige kinderen, geldt ook voor kinderen ouder dan 16 jaar. Maar bij deze leeftijdscategorie hebben ouders (of andere gezaghebbenden) wel de mogelijkheid om een tegenbewijs te leveren dat de schade niet te wijten is aan hun fout. Dit principe noemen we de “weerlegbaarheid van vermoeden”.
Besluit
Zorg dat uw familiale verzekering in orde is, zodat deze kan worden aangesproken en niet uw privé vermogen, in geval de aansprakelijkheid van uw minderjarige kinderen aan de orde is.
Maar zorg tevens ook voor een goede rechtsbijstandsverzekering die uw belangen kan verdedigen wanneer u zelf schade te recupereren hebt. De nieuwe regels van het burgelijk wetboek voorzien immers in de mogelijkheid dat in bepaalde situaties onvermogende ouders of onverzekerde ouders niet gehouden zijn tot schadeloosstelling. U hebt in dat geval maar beter een goede advocaat aan uw zijde.

